Christelijke Gereformeerde Kerk Damwâld

Artikels

Eens was ik een vreemd`ling voor God en mijn hart;
Ik kende geen schuld en voelde geen smart.
Ik vroeg niet : Mijn ziel doorziet gij uw lot?
Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?

Al sprak daar een stem uit de Heilige Blaân
Van 't Lam, met de zonden der wereld belaân,
Ik zocht bij de kruispaal geen veilige wijk:
'k Stond blind, en van verre in mij zelven zo rijk.

Ik deed als Jeruzalems dochters weleer;
Ik weende om de pijn van mijn lijdende Heer',
Ik dacht er niet aan , dat ik zelf door mijn schuld
Zijn kroon had gevlochten, Zijn beker gevuld.

Maar toen mij Gods Geest aan mijzelf had ontdekt,
Toen werd in mijn ziele de vreze gewekt.
Toen voelde ik wat eisen Gods heiligheid deed;
Daar werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed!

Toen vluchte ik tot Jezus! Hij heeft mij gered;
Hij heeft mij verlost van het vonnis der wet;
Mijn heil en mijn vrede en mijn leven werd Hij:
Ik boog me en geloofde, en - mijn God sprak mij vrij.

Nu ken ik die waarheid, zo diep als gewis,
Dat Christus alleen mijn gerechtigheid is:
Nu tart ik de dood nu verwin ik het graf.
Nu neemt mij geen satan de zegekroon af!

Nu reis ik getroost onder 't heiligend kruis
Naar`t erfgoed daarboven, in 't Vaderlijk huis.
Mijn Jezus geleidt mij door de aardse woestijn .
Gestorven voor mij! 'zal mijn zwanenlied zijn.

R.M. M'Cheyne
November 18, 1884

Deze en de originele tekst kunt u ook downloaden en printen!

Het Heilig Avondmaal, door à Brakel PDF

Praktijk van het Heilig Avondmaal in de voorbereiding, betrachting en nabetrachting.
(Overgenomen uit de DE REDELIJKE GODSDIENST van Wilhelmus à Brakel deel I. Hoofdstuk 41)
meer over à Brakel en andere schrijvers op de Evangelist

Alles, waarin de meeste nuttigheid voor de kinderen van God steekt, wordt meest bestreden van de duivel en zijn aanhang; onder deze is ook het Heilig Avondmaal. Wat een zware rook van allerlei ketterijen is uit de afgrond voortgekomen, om de natuur van dit sacrament te verdonkeren, welke wij in het vorige hoofdstuk, door het licht van de waarheid hebben verdreven. Als de duivel de waarheid niet meer kan verduisteren, dan tracht hij de oefening derzelve te beletten of te bederven, ‘t zij met allerlei ruigte in de kerk te brengen, en aan de h. tafel te voeren, omdat hij weet, dat de zegen daardoor zeer wordt verhinderd, Jer. 5:25, 26; ‘t zij met de gelovigen omtrent die tijd meest te bestormen, om ze tot zonden, en daarop tot ongelovigheid te brengen, en hen af te leiden tot verwaarlozing van de tijd, en het werk, dat dan te doen is. Dies moet een ieder gelovige omtrent die tijd bijzonder op zijn hoede zijn, en trachten, dat hij dit sacrament tot zijn nut gebruike. Hiertoe is nodig een goede Voorbereiding, Betrachting en Nabetrachting.

Lees meer...