Het orgel neemt een belangrijke plaatst in in de Chr. Geref. Kerk van Damwoude. Zo is het orgel prominent aanwezig in het begeleiden van de samenzang tijdens de erediensten. Maar ook zijn er regelmatig orgelconcerten van bekende organisten.
Het orgel
Het orgel neemt een belangrijke plaatst in in de Chr. Geref. Kerk van Damwoude. Zo is het orgel prominent aanwezig in het begeleiden van de samenzang tijdens de erediensten. Maar ook zijn er regelmatig orgelconcerten van bekende organisten.
De dispositie van het orgel ziet er als volgt uit:
Het orgel in de kerk werd in 1977 gebouwd door J.L. van den Heuvel uit Dordrecht.
Het instrument heeft 2 klavieren die met de handen bespeeld worden, terwijl het voetklavier (pedaal) met de voeten bespeeld wordt. De handklavieren worden ook wel manualen genoemd.
Het orgel heeft 23 registers. Een register is een rij pijpen met dezelfde klankkleur. Voor elke toon van een register is er dus een afzonderlijke orgelpijp. Als je weet dat de handklavieren ieder 56 toetsen hebben en het pedaalklavier 30 toetsen, zou je kunnen uitrekenen dat het orgel 1210 pijpen moet hebben. Het zijn er echter meer. Dat komt omdat enkele registers (de mixtuur en de sesquialter) meer pijpen per toon laten klinken. Aan de andere kant zijn bij sommige registers een aantal pijpen gecombineerd met een ander register. Het aantal pijpen van het orgel bedraagt ca. 1300 stuks.
De pijpen staan alle op een windlade. Hierin wordt door de windmotor lucht gepompt.
De registers worden bediend met de zwarte knoppen boven en naast de klavieren van het orgel. Als een registerknop opengetrokken wordt, ontstaat er een gaatje tussen de rij orgelpijpen die daar bij hoort en de windlade. Toch kan de wind dan nog niet bij de orgelpijp komen. Pas als er een toets van het klavier ingedrukt wordt ontstaat er nog een gaatje. De 2 gaatjes worden daardoor recht tegenover elkaar geschoven. De wind komt bij de orgelpijp en de toon klinkt!
luisteren naar het orgel
Adobe Flash Player niet geinstalleerd of ouder dan 9.0.115!
Met elk afzonderlijk klavier kan een deel van het orgel bespeeld worden. We noemen dat een werk.
Met het onderste klavier bespelen we het hoofdwerk. Het hoofdwerk staat op de onderste lade. Hierop staan de pijpen beneden in het orgel. De pijpen die je aan de voorkant vanuit de kerk kunt zien, onder de horizontale trompetten, noemen we de frontpijpen. Als je bij het klavier het register Prestant 8’opentrekt kun je deze laten klinken. Het woord Prestant is afgeleid van het Latijnse woord prestare. Dat betekent vooraanstaan, vandaar deze naam.
De volgorde van de registers is hetzelfde als de volgorde van de pijpenrijen op de windlade.
De registerknop Prestant zit dus altijd aan de kant van de kerkruimte.
De toevoeging 8’ geeft de lengte van de grootste pijp van dit register aan, namelijk 8 voet. Aangezien de lengte van de pijpen evens de toonhoogte bepaald, weet de organist dus aan de vermelding 8’ welke toonhoogte dit register heeft. Een register met 16’ klinkt 2 keer zo laag als een 8’, een register met 4’ 2 keer zo hoog, een register met 2’ weer 2 keer zo hoog als een 4’enzovoorts.
Met het bovenklavier bespelen we het bovenwerk. De pijpen van het bovenwerk staan op de bovenste windlade die in het orgel hangt ter hoogte van de horizontale trompetten. Alle pijpen van het bovenklavier zitten dus in het kleine orgelkastje dat het orgel bekroont. Ook de horizontale Spaanse trompetten worden bespeeld vanaf het bovenklavier. Ook het bovenklavier heeft een Prestant, die ook daar in het front staat. Die pijpen zijn dus ook zichtbaar vanuit de kerk. De grootste pijpen van dit register pasten daar natuurlijk niet in, daarom zijn deze gecombineerd met een ander register, namelijk de Holpijp 8’.
De soorten pijpen bestaan uit een aantal “families”. De prestanten, fluiten, strijkers en tongwerken.
De prestanten zijn pijpen met een stevige belijnde klank. Deze registers vinden we met name op het hoofdwerk. Op het orgel in Damwoude zijn de prestantregisters de volgende:
Hoofdwerk: Prestant 8’, Octaaf 4’, Quint 2 2/3, Octaaf 2, Mixtuur 3-5 sterk, Sesquialter, 2 sterk.
Bovenwerk: Prestant 8
Pedaal: Prestant 8
De fluiten zijn de pijpen met een zachtere, liefelijke klank. De klank klinkt wat doffer door het feit dat deze pijpen aan de bovenkant dicht gemaakt zijn. Hierdoor klinkt de pijp ook lager. Voor dezelfde toonhoogte is maar de helft van de lengte nodig. Vandaar ook dat we veel van deze registers in de veel kleinere bovenwerkkast aantreffen. In Damwoude zijn de fluitregisters de volgende:
Hoofdwerk: Roerfluit 8’en Fluit 4’
Bovenwerk: Holpijp 8’, Dwarsfluit 4’, Blokfluit 4’, Nasard 2 2/3’, Flageolet 2’, Terts 1 3/5’en Nagthoorn 1’
Pedaal: Subbas 16’
Het orgel heeft maar 1 strijker: de Gamba 8’ van het bovenwerk. Een strijker is zacht register met een strijkend geluid.
De tongwerken zijn volledig verschillend van de andere pijpen van het orgel. Bij de vorige genoemde pijpen wordt de toon geproduceerd door het “snijden” van de lucht als bij een blokfluit.
Bij tongwerken ontstaat de toon door het in trilling brengen van een tong, net als bij een harmoniumorgel.
Dit geeft een volledig andere “sonore” krachtige klank.
In Damwoude zijn dat de trompet 8’van het hoofdwerk, de Fagot 16’ van het pedaal en op het bovenwerk zijn dat de Vox Humana 8’ (= menselijke stem) en de Schalmey 8’(= horizontale spaanse trompetten die de kerk insteken).
Tenslotte zijn er nog een aantal hulpregisters. Er zijn 3 koppels, waarmee je de verschillende klavierenaan elkaar kunt koppelen.
Hierdoor kunnen op het benedenklavier ook de pijpen van het bovenklavier meeklinken en kun je vanaf het pedaal ook alle registers laten klinken.
Een ander hulpregister is de tremulant. Dit register laat de tonen die tot klinken gebracht worden trillen.
Het orgel is met zijn 23 registers één van de grotere orgels in de regio. Hierdoor hebben de organisten de beschikking over vele verschillende mogelijke klankkleuren en voldoende volume om de gemeentezang te begeleiden.
Hiermee hebben zij de mogelijkheid de gemeentezang te leiden en te stimuleren, klagend en biddend in de boetepsalmen en juichend in de lofpsalmen, tot eer van de Heere.
Ik hoop dat u hiermee een indruk heeft gekregen hoe het orgel in elkaar zit. Mocht u vragen hebben, dan kunt u die altijd stellen aan één van de organisten.
Johan Renes, 21 februari 2009
Programmaboekje van de ingebruikname van het orgel op 9 december 1977