Meditatie: ‘Vrees niet, geloof alleenlijk’
De Heere is onderweg naar het huis van Jaïrus. Daar ligt de dochter van deze man in ernstige toestand op haar ziekbed.
Onderweg is er een oponthoud: een vrouw met een ernstige kwaal, waar ze al jaren aan geleden heeft, vraagt ook Jezus‟
hulp en Jezus neemt er de tijd voor om die hulp aan haar te geven.
Maar zo verstrijkt de tijd en die tijd is zo kostbaar. Kunt u zich indenken hoe Jaïrus erbij staat terwijl de Heere Jezus met
die vrouw in gesprek is?
Ongetwijfeld verkeert hij in grote spanning. Als ze na dit oponthoud weer verder gaan in de richting van zijn huis – ja,
daar heb je het al.
Dan komen een paar knechten van Jaïrus aan hun heer vertellen, dat zijn dochtertje intussen gestorven is.
Het is dus niet meer nodig, dat hij de hulp van de Heere Jezus inroept. Daarvoor is het nu te laat. Te laat! Wat een tijding!
Zolang het kind nog leefde, was er hoop. Maar nu is de dood gekomen. Nu kan het niet meer. De grond zinkt als het ware
onder de voeten van Jaïrus weg.
Zijn kind is gestorven! Zijn enig kind. Stort de wereld dan niet ineen? O, waarom moest dit nu ook nog gebeuren?
Waarom moest dat oponthoud van even geleden plaats vinden?
Waarom moest die vrouw nu juist op dat moment tot Jezus komen? De Heere Jezus heeft ook gehoord wat ze aan
Jaïrus kwamen vertellen. Hij heeft goed begrepen dat dit een harde slag voor deze vader moet zijn. Hij voelt helemaal met hem mee.
En wat doet Hij? Zonder dat Hem iets gevraagd wordt, komt Hij Jaïrus terstond te hulp. Hij gebruikt er niet veel woorden voor.
Slechts een paar woorden spreekt Hij, maar die beide woorden zijn precies genoeg om deze vader voor wanhoop te bewaren.
Vrees niet, zegt Hij. Er is dus vrees bij Jaïrus. Vrees, dat het nu te laat is; dat hij zijn dochter voorgoed kwijt is. En die vrees
heeft de plaats van het geloof ingenomen. Maar met dat vrezen moet Jaïrus ophouden. Hij, die in geloof tot de Heere Jezus was
gekomen, moet weer leren geloven. Ook nu. Dat is inderdaad het enige dat hij moet doen. Alleen geloven. Kan dat wel? Maar
die verschrikkelijke tijding aangaande de dood van zijn kind dan? Is er, nu de dood gekomen is, nog wel iets te geloven?
Mogelijkheden zijn er toch niet meer overgebleven? Geloof alleenlijk, zegt Jezus. Maar dat is toch een onmogelijke opgave?
In het verslag dat Lukas van deze gebeurtenis geeft, lezen we dat Jezus ook nog zegt: En zij zal behouden worden.
Daarmee bedoelt Hij aan te geven, dat als Jaïrus zal volharden in het geloven, zijn dochter weer zal leven, ook al is ze nu gestorven.
Zou dat dan echt waar kunnen zijn?
Zou het kind weer kunnen leven? Ja, want Jezus zegt het! We hoeven er niet aan te twijfelen of het geloof van Jaïrus wel een
echt geloof is. Dat geloof had hem op het juiste adres gebracht. Hij was ermee bij de Heere Jezus gekomen.
Is dat niet het beste adres?
Maar rekent u er wel mee dat juist het echte geloof altijd beproefd wordt. Soms wordt het zelfs heel zwaar op de proef gesteld.
En wat gebeurt er dan? Schrompelt dat geloof dan ineen? Verdwijnt het? Wordt het verzwolgen door ongeloof?
Nee, het wordt juist gesterkt.
De Heere houdt het overeind. Het is immers Zijn eigen werk. Dat laat Hij niet mislukken. Echt geloof wordt daarom van
de beproeving nooit minder. Integendeel, het wordt er sterker door. Maar gemakkelijk is zo‟n weg niet. Het kan dan hevig stormen
in de ziel. Schrik kan ons om het hart slaan. En als we dan blijven staan bij eigen mogelijkheden, dan zien we niets meer.
Wat is het dan juist nodig om het oog te slaan op Hem, die helpt in nood en het oor te lenen aan Zijn Woord, dat zegt:
Vrees niet, geloof alleenlijk. Wie dat mag doen, komt erdoor.
Die wordt zeker niet beschaamd. Dat heeft Jaïrus ook mogen ondervinden.
Ds. P. den Butter
| < Vorige | Volgende > |
|---|


